U12A

door coach Kobe

zottephotoMU19B.jpg

De U12A: wat een Topteam!


Na een bijzonder jaar vol onderbrekingen en heel wat wedstrijden die nooit gespeeld zouden worden, diende het nieuwe seizoen zich alvast heel veelbelovend aan. Als eerstejaars hoofdcoach mag je beide “pollekes” kussen wanneer je een dergelijke spelersgroep met veel potentieel onder je hoede krijgt. Het brengt uiteraard ook wel wat verwachtingen met zich mee. Deel 1 van het seizoen stond bol van de eclatante overwinningen maar kende ook enkele felbevochten duels met de directe concurrenten van Guco Lier en Zuiderkempen Diamonds. Corona gooide op het einde toch nog roet in het eten, dus de echte kampioen zullen we nooit kennen, maar de eerste plaats was wel voor ons! En dat betekent natuurlijk ook: promotie naar niveau 2. Het niveauverschil was onmiddellijk merkbaar, en ik zou liegen als ik zou beweren dat we meer wedstrijden gewonnen dan verloren hebben. Maar de spelers hebben allemaal een tandje bijgestoken en getoond dat ze thuishoren tussen al die “grote” namen. We waren allerminst het kneusje van de reeks. De verwezenlijkingen waar ik het meest trots op ben is de progressie die elke speler gemaakt heeft, de vooruitgang van de ploeg en de hechte vriendengroep die we wisten te smeden.


Rugnummer 4, Nyo: een lichtgewicht talent, een kruitvat vol emoties met ballhandling skills waar velen maar van kunnen dromen. Heeft belangrijke stappen gezet in 1-on-1- defense en durven naar de ring gaan en heeft ingezien dat hij meer wapens heeft dan enkel zijn shot. Hij is niet bang om zelfs de tweedejaars aan te sturen op het veld.


Rugnummer 5, Finn: De prijsschutter, maar ook de speler die altijd een antwoord klaar heeft. Twijfelt nog te vaak aan zichzelf, staat zichzelf niet toe om fouten te maken. Maar hij snijdt goed, kan passen, en heeft dus een goed shot. Als zijn eerste twee shots binnenvallen, zit je in de problemen als verdediger, want dan twijfelt hij niet meer. Een van de weinige spelers die de buzzerbeater zou mogen shotten.


Rugnummer 6, Nano: de snelle handjes van de ploeg, maar tevens een center in pocketformaat. Pakt verrassend veel rebounds en is sterk onder de ring. Heeft zich na niveau 3 moeten aanpassen, net als elke andere speler, maar heeft met verve aangetoond dat hij ook in niveau 2 een gesel kan zijn voor elke verdediging. Hij bezit een drang om zich te bewijzen. Samen met Matthieu en Kamiel de gevaarlijkste scorer. Kan echt on fire zijn. De andere speler die de buzzerbeater zou mogen shotten.


Rugnummer 7, Matthieu: de speler met misschien wel de grootste dadendrang. Samen met Nano en Kamiel de speler die voor de punten zorgt, zowel met zijn shot als zijn drives. Een zeer taaie verdediger, sneller dan de wind, en als je tegen zijn kar rijdt, zal je het waarschijnlijk al de volgende aanval geweten hebben. Is van stille kracht uitgegroeid naar een zelfverzekerde speler die niet snel onder de indruk is van de tegenstander. Heeft getoond dat hij ook in niveau 2 elke ploeg pijn kan doen.


Rugnummer 8, Morris: de taaie vechter die vaak grotere jongens het leven zuur maakt door zijn niet aflatende inzet. Ziet er frêle uit, maar kan tegen een flinke stoot. De defense zat onmiddellijk goed, maar hij heeft ook vooruitgang gemaakt in de aanval: als hij de bal onder de ring krijgt, of zelf de aanvallende rebound pakt, dribbelt hij niet meer weg van de ring, maar denkt hij eerst aan scoren. Het heeft misschien iets langer geduurd, maar hij heeft in de laatste weken een grote sprong voorwaarts gemaakt.


Rugnummer 9, Kamiel: de speler met de aangeboren skills, een van de meest natuurlijke ballhandlers van de ploeg. Als hij in vorm is lijkt het spelletje zo makkelijk. Niet bang om zich fysiek te laten gelden, in aanval en verdediging. Een valse trage, moeilijk af te stoppen eens hij zijn zinnen op scoren gezet heeft. Moet leren dat fouten maken niet erg is, maar deel uitmaakt van elk leerproces. Maar hij heeft getoond dat hij in niveau 2 meer kan dan alleen zijn mannetje staan. Zorgde samen met Matthieu en Nano voor het leeuwendeel van de punten.


Rugnummer 10, Iago: de benjamin, maar ook de grootste opportunist van de ploeg. Zet zich liefst zo weinig mogelijk in met maximum resultaat. En dat resultaat mag er zijn, nog meer als hij zich effectief hard inzet. Kan zich enorm goed positioneren in de verdediging, een slimme speler die van niets of niemand bang is. Een krachtpatser ook, waarvan geweten is dat hij een speler die 10kg meer weegt en 15cm groter is, met een krachtexplosie door de lucht kan zwieren en kan vellen. Niet vergeten dat hij eigenlijk nog maar een U10-speler is.


Rugnummer 11, Oliver: de stille, onbaatzuchtige kracht. Een sterke jongen, waarvan de andere spelers zeggen dat hij een muur is in de verdediging. Een speler waar je in de verdediging op kan vertrouwen, en die zelden een bal verliest. Zuiver in zijn passing, snijdt heel goed, maar zou onder de ring wat meer aan zichzelf moeten denken.


Rugnummer 12, Fonny: de eeuwige optimist en een echte teamspeler. Een van de beste verdedigers, die door zijn inzet vaak tegen de grond gekwakt wordt. Een pezige speler die met zijn snelheid Matthieu het vuur aan de schenen kan leggen. Ook een echt loopwonder, die elke ploeggenoot moeiteloos over de knie legde tijdens de beeptest. Ik vermoed trouwens dat hij de maat zou nemen van de meeste spelers binnen de club… Hij heeft een zeer goed spelinzicht en laat dat met de regelmaat van de klok zien door de geweldige en zeer harde passen op maat die hij moeiteloos uit zijn mouw lijkt te schudden. Laat liever scoren dan hij zelf scoort, terwijl hij dat ook zou kunnen, en vaker zou moeten doen.


Rugnummer 13, Milan: de speler met de meeste matchen op de teller. Hij heeft zeker en vast progressie gemaakt, maar dat was op dit niveau soms moeilijk aan te tonen. Heeft tijdens het toernooi zelf ontdekt hoezeer hij verbeterd is. Ligt goed in de groep, en kan de hele groep aan het lachen krijgen. Komt soms precies compleet uit de lucht gevallen, dat is Milan. Maar hoeveel spelers er ook maar present tekenden in dit jaar, dat toch wel gekenmerkt werd door de vele afwezigheden, hij was er zo goed als altijd. Dat is ook Milan.


Rugnummer 15, Leon: de speler die zichzelf wilde bewijzen en dat ook gedaan heeft. Heeft in de eerste helft van het seizoen veel progressie gemaakt. Kon dat net als Milan misschien niet altijd laten zien in niveau 2, maar we speelden ook niet tegen “janneke en mieke”. Hij heeft absoluut geen schrik om zich fysiek te laten voelen, en staat in verdediging zijn mannetje. Een speler die niet snel opgeeft, maar aanvankelijk wat onbezonnen was in zijn acties. Daar ligt dan ook zijn grootste progressie. Een stresskieken voor de match, die op het einde van het seizoen de rust teruggevonden heeft, en dat ook liet zien op het veld.


Ik stond er dit jaar echter niet alleen voor. Assistent-coach Ward heeft me niet alleen geholpen tijdens de trainingen en ook enkele keren uit de nood geholpen, maar is ook graag gezien door de spelers. En zoals elke coach wel zal weten, is een goede ploegafgevaardigde ook van goudwaarde. Dus ploegafgevaardigde Marc, die pluim mag op jouw hoed. En last but not least ook alle ouders die mee gezorgd hebben voor de goede sfeer, geholpen hebben aan de tafel en ervoor gezorgd hebben dat hun kinderen 3x per week op de training verschenen en in de weekends ook op de afspraak waren. Op naar het volgende seizoen!