14/05/014

MEISJESBASKET ... QUO VADIS?

Zeggen dat het met het damesbasketball (en het meisjesbasket in het bijzonder) niet zo goed gaat, is een open deur instampen. Maar hoe is het zover kunnen komen? Piranha heeft er zo zijn eigen mening over.

 

Lang vooraleer bv. het damesvoetbal enige credibiliteit zou krijgen, waren er - vooral in Gent en Antwerpen - basketclubs die een damesafdeling opstartten. Mercurius bbc was zonder twijfel één van de pioniers en het waren vriendinnen en zussen van spelers die reeds tijdens W.O.II het initiatief namen om ook de basketsport te beoefenen. Decennia later stelden diverse Waalse en Brusselse clubs hun jeugdploegen ook open voor meisjes. In de 80’er en 90’er jaren keek het meisjesbasketball dan ook tegen een mooie toekomst aan. Ook in de provincie Antwerpen werden heuse damesclubs opgericht en met benjaminreeksen voor meisjes kon werk gemaakt worden van een degelijke onderbouw. Het P.C. Antwerpen (ere wie ere toekomt) stimuleerde de meisjeswerking en –recrutering met acties zoals “Meisjes Eerst”.

 

Enkele jaren later vinden we echter niets meer terug van deze ‘boost’. Bij gebrek aan speelsters (en dus ploegen) zijn er geen benjamin meisjesreeksen meer en ook in de oudere leeftijdsgroepen merken we een talende trend in het aantal ploegen. Bij de seniors dames is de malaise compleet. Nog even en de VBL zal provinciale ploegen subsidiëren die naar landelijke afdelingen willen promoveren. En verliezende teams juichen omdat ze de kampioenstitel (maar vooral de verplichte promotie) ontlopen.

 

De KBBB – en VBL – verantwoordelijken leefden (te) lang op een roze ‘nationale ploeg – wolk’ (generatie Ann Wauters en Co) maar constateren nu dat deze sterke generatie geen opvolging zal krijgen. Met de verlaging van het spelniveau daalt ook de publieke belangstelling, zodat eersteklasseclubs nog enkel spelen voor familie en vrienden. Terwijl andere sporttakken hun voordeel halen uit tijdelijke ‘hypes’ (vrouwenhockey) of behoorlijk management (volleybal met een nationaal complex in Vilvoorde) glijdt het damesbasketball af tot een marginale sport, waarvoor televisie (nooit echt basketminded geweest) en kranten amper belangstelling hebben.

 

Inmiddels schuimen de 2 Antwerpse eersteklassers de ganse provincie af om speelsters naar zich toe te trekken. Scouters – verscholen in donkere sporthalhoekjes – observeren beloftevolle speelsters en klampen hun ouders aan. Trainers van provinciale ploegen (die vaak in deze clubs actief zijn) geven ‘adviezen’ en spreken over ‘sportscholen’. Resultaat van al dat gekonkel is dat meer en meer clubs afhaken en nog weinig zin hebben om basketball te promoten bij meisjes. Over bedoelde ‘topclubs’ kunnen wij heel kort zijn. Indien ze het echt goed menen met het meisjesbasketball lijkt het ons veel nuttiger dat ze de sport introduceren in scholen om daar actief te recruteren. Dit kost uiteraard heel wat energie en vooral veel tijd. Geduld dat er blijkbaar niet is zodat elk seizoen ook beroep wordt gedaan op buitenlandse speelsters en/of anciens die er na veel omzwervingen - en net voor hun basketpensioen – hun laatste keds komen verslijten.

 

Piranha houdt van basket en van vrouwen. Dus ook van vrouwenbasket. Vandaar dit pleidooi. Vorige zomer zagen we – meegesleurd door de hype – duizenden toeschouwers kijken naar het E.K. vrouwenhockey. Zelfs op televisie zagen we die verdomde puck niet. Wat voor een ellende moet dat ‘live’ geweest zijn. Waarmee Piranha enkel wil zeggen dat vrouwenbasket alles heeft om wel een attractieve sport te zijn.

Wanneer iedereen met een hart voor deze sport eens verder gaat kijken dan de (club)neus lang is, kan er misschien opnieuw iets moois bloeien.

 

Piranha

 

Reactie schrijven

Commentaren: 0